Onderzoek inzet preventieve instrumenten veilig wonen

7 juli 2009

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) vindt het belangrijk dat gemeenten bewust en actief aan het thema Veilig Wonen werken. Hiervoor zijn verschillende instrumenten ontwikkelend die in de praktijk goede resultaten laten zien.

Om zowel de instrumenten als de dienstverlening te kunnen verbeteren, heeft het CCV begin 2009 een onderzoek op het gebied van Veilig Wonen binnen gemeenten uitgezet. De analyse van het onderzoek is in een apart document opgenomen. Hier willen wij enkele punten uit het onderzoek toelichten.

Regierol gemeenten
Bij de overdracht van het PKVW door de politie aan de gemeenten, is afgesproken dat de gemeenten vanaf 2005 de regierol voor het PKVW op zich zouden nemen. Het CCV ondersteunt gemeenten om die rol zo goed mogelijk te kunnen vervullen. Uit het onderzoek blijkt dat 95% van de gemeenten het PKVW kent. Van de gemeenten die aangeven met een integraal veiligheidsbeleid te werken, geeft 64% aan het PKVW in te zetten.

In de periode voorafgaande aan de overdracht van politie aan gemeenten is gesproken en beschreven hoe 90% van de nieuwbouwwijken en -woningen onder PKVW gerealiseerd zouden gaan worden. Dit percentage is niet gehaald. Onderzoek van de universiteit van Tilburg uit 2009 toont aan dat circa 30% van de nieuwbouwwoningen (bouwproductie per jaar is circa 80.000) een certificaat krijgt. Dit, terwijl de resultaten bij gemeenten die het PKVW structureel toepassen goed zijn; minder inbraken en hoge scores op veiligheidsgevoelens van de bewoners.

De waarde van de PKVW certificaten
Ongeveer de helft van de respondenten, die aangegeven hebben dat PKVW een zinvol instrument is, vindt het bijna behalen van het PKVW certificaat of de certificaten ook voldoende. Het is onze mening dat het certificaat Veilige Wijk (nieuwbouw) en het certificaat Veilige Omgeving (bestaande bouw) juist belangrijke indicatoren voor de regisseur van het veiligheidsproces zijn om te weten dat de wijk aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet.

Het betrekken van burger
Bijna driekwart (72%) van de respondenten betrekt bewoners actief bij het ontwerpen en beheren van hun wijk. Een groot aantal respondenten geeft aan hier voorlichtingsavonden of inspraakrondes/ avonden voor te organiseren. Ruim een kwart (28%) van de respondenten betrekt de bewoners niet actief bij het ontwerpen en beheren van de eigen wijk.

Redenen die hiervoor worden aangegeven: weinig tot geen interesse bij de bewoners, het kost teveel tijd en de toekomstige bewoners van nieuwbouwwijken zijn nog niet bekend. Ook geven gemeenten aan te klein te zijn of te weinig ervaring te hebben. Technologische ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie en burgerinformatie helpen inbreng van de burger te stimuleren door virtuele omgevingen na te bouwen. Op deze wijze kan de burger wennen aan de nieuwe of vernieuwde omgeving of worden er stemmogelijkheden ingebouwd zoals het kiezen welk dorpspleinontwerp de burger het beste bevalt. Het CCV informeert via haar nieuwsbrieven over deze ontwikkelingen.

Regionale samenwerking
Regionale samenwerking kan kleinere gemeenten helpen om de juiste kennis op een efficiënte wijze in te zetten. 43% van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan regionale samenwerking op het gebied van Veilig Wonen. Het CCV is van mening dat regionale samenwerking kan leiden tot betere resultaten. Gemeenten die graag regionale samenwerking tot stand zien komen geven aan dat daardoor een waterbedeffect van inbraken voorkomen kan worden en dat gemeenten een uniforme aanpak van preventieve maatregelen in de regio laten zien op het gebied van woninginbraak en sociaal veilig ontwerp en beheer.

Politiekeurmerk CCV